Stomme sukkel!
Het zweet staat me op de rug terwijl ik mezelf een houding probeer te geven tussen de Indonesische co-assistenten. Armen over elkaar of handen in de zij wordt hier als arrogant geduid. Mijn net op maat gemaakte korte witte jasje jeukt als de ziekte en ik versta nog niet de helft van wat er gezegd wordt tijdens de grote visite die al 3 uur duurt. Mijn stip op de horizon is de heerlijke gado-gado uit de ziekenhuiskantine.
Dr. Santoso was een cardioloog van ergens begin vijftig schat ik, een beetje mijn leeftijd nu. De visite bestaat uit een soort examen waarbij we in wlllekeurige volgorde onderworpen worden aan zijn vragenvuur. Bij verkeerde antwoorden loopt zijn gelaat paars aan en kleurt zijn bloeddruk donkerrood. Hoewel ik niet alles kan volgen, zie ik flinke klodders speeksel zijn mond uit vliegen. Zijn Littmann zwaait rakelings langs het hoofd van een coassistent die net op tijd wegduikt. ‘Stomme sukkel!’, volgt er nog achteraan, terwijl de co die het antwoord op de TB-pericarditisvraag niet wist, ineen krimpt. Mijn kennis van Indonesische scheldwoorden loopt voor op mijn grammaticale kennis, een toevallig voordeel.
Als we eindeloos zijn afgebrand, lopen we zwijgend naar de kantine. Vanuit mijn ooghoek zie ik de stethoscoop ontwijkende co-assistent nog even afrekenen met een onschuldig ogende verpleekundige die een verbale veeg uit de pan krijgt. Blijkbaar ontbrak er een bloeddrukwaarde in de status van een decompensatio cordis patiënt, die vervolgens op zijn beurt weer onder uit de zak krijgt van de verpleging omdat ie zijn urinaal in bed heeft laten slingeren en een ongelukje heeft veroorzaakt. De cirkel is rond.
Mijn co-schap in Jakarta is weliswaar dertig jaar geleden, maar in het ziekenhuis waar ik nu werk, hoor ik nog regelmatig van arts-assistenten dat ze een verbaal pak slaag krijgen van een specialist of andere collega. De campagne ‘the Circle of Yelling’ is dus geen overbodige luxe. Kijk zelf maar eens of je er iets in herkent.
Het is een klassiek voorbeeld van wat de Hongaarse psychiater Nagy de roulerende rekening noemt. Hij stelt daarin dat wat één generatie artsen niet aanpakt of verdraagt, vaak onbewust wordt doorgegeven aan de volgende. Verdriet, schaamte of onrecht worden niet opgelost maar vererfd. De rekening wordt doorgeschoven: de jongere generatie draagt dan de last van iets wat niet van hem of haar is. In mijn boek ‘Het is maar Werk’ , beschrijf ik dit principe aan de hand van het afblafgedrag van de Baby Boomer Bullies. Die hebben hun onhebbelijke gewoontes niet zelf verzonnen, maar zijn waarschijnlijk zelf met enige regelmaat te grazen genomen door hun supervisoren en geven dit gedrag in verdunde mate door aan de artsen die zij opleiden. Gewoon omdat we het erbij hoort. Gewoon omdat je er maar tegen moet kunnen.
Pas wanneer iemand in het systeem opstaat en zegt: ‘dit klopt niet, dit hoort niet bij mij’, en die verantwoordelijkheid teruglegt waar die hoort, wordt de roulerende rekening vereffend. Hiermee kan er een einde komen aan de negatieve spiraal van verbale agressie. En dat is hard nodig. Volgens een onderzoek van NU’91 overweegt een kwart van het zorgpersoneel het vak te verlaten door dit soort verbaal geweld, foute grappen of discriminatie, ook van collega’s. Hoog tijd dus om de rekening uit het verleden af te tikken en te zorgen dat ongewenst gedrag er niet ‘gewoon bij hoort’.
Wat voor collega ben jij?

Verder lezen