Arts in auto

Het is 9 uur ’s ochtends en ik slinger over de snelweg. Ondanks de intredende winter staan de ramen open en de verwarming uit. Wakker-houd-muziek die een andere generatie als herrie zou omschrijven knalt uit de boxen en ik heb mezelf al meerdere keren in het gezicht geslagen. Toch val ik de hele tijd weg. Als ik een paar centimeter van een toeterende vrachtwagen opeens wakker schrik, bijt ik hard op m’n lip. Zo hard dat ik het van de pijn tot het volgende tankstation volhoud. Ik koop voor het eerst sinds mijn zestiende weer eens een Redbull, leun tegen mijn auto, en denk goh, wat zou m’n moeder hier absoluut niet blij mee zijn.

Na je nachtdienst naar huis rijden: levensgevaarlijk. De spoed is druk geweest, je hebt veel patiënten gezien en ook de overdracht nog overleefd. Het laatste beetje adrenaline wat je overeind hield is na de IC-visite weggesijpeld en dan komt het moment dat je in je wagentje gaat zitten. Terwijl je de sleutel in het contactslot steekt, valt er een deken van vermoeidheid over je heen. Dan weet je: dit wordt een spannend ritje. Een beetje alsof je met vijf bier achter het stuur kruipt, denk ik dan.

Amerikaans onderzoek toont aan wat nachtwerk met ons doet. Dezelfde groep mensen reed twee keer een 2 uur durend parcours; één keer met een goede nachtrust en één keer na een nachtdienst. Rijgedrag werd geobserveerd en secundair werden oogbolbewegingen en EEG-metingen gedaan. De resultaten waren duidelijk. Bij 37,5% van de nachtdienstritten werd een bijna-ongeluk geobserveerd. 44% van de ritten moest vanwege gevaarlijke situaties voortijdig worden afgebroken. Dit alles, tegenover nul incidenten in het ‘uitgeruste’ parcours.[1]

Maar beste jongen, dan ga je toch lekker met het OV? Ik hoor het u denken. Helaas is dat niet altijd even goed mogelijk. Nachtelijke OV-verbindingen en ziekenhuizen zijn vaak een slechte combinatie, al helemaal in het weekend. Tevens is daar het element tijd. Een gemiddelde nachtdienst kost, inclusief voorbereiding, zo’n dertien uur. Daar past eigenlijk geen stoptrein meer bij. Want iedereen die wel eens een nachtdienst heeft gedaan weet: na afloop wil je niets liever dan je bed. En als het even kan niet bij eindstation Leeuwarden wakker worden.

Er moet natuurlijk altijd iemand zijn die voor de patiënten zorgt. Ook ’s nachts. Het probleem kleiner maken doen we door ons collectief verantwoordelijk te blijven voelen voor de strijders in de nacht. Dat betekent de dienstbelasting zo laag mogelijk houden, zodat de kans zo groot mogelijk is dat er wat geslapen kan worden. Een uurtje scheelt al de wereld. Stuur die collega maar direct weg na de overdracht. Herinner hem of haar aan het halen van een kop koffie en bedank ze voor hun inzet. De diensten zijn er nou eenmaal en gaan nooit meer weg. Niet alleen in de zorg trouwens. Dus als iemand nog andere tips heeft… Bij het dichtvallen van de ogen in ieder geval tijdig richting benzinepomp. En dit stuk niet aan je moeder laten lezen.

Berend van Doorn (anios chirurgie)

[1] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4711869/

21 mei, 2024

Verder lezen

21-05-2024
Gastblogger Maartje Weterings | Is er een dokter in de lucht?
Het is 1.34 uur, in een vliegtuig ergens boven de Caribische zee: necesitamos un médico, galmt er door de speakers. We hebben een dokter nodig! Die is er en wel op rij 23 want daar zit ik: een basis-médica, die voor acht maanden op reis is en nog eventjes het slaapzand… Lees verder >
24-04-2024
Dat beetje extra voor de patiënt
Als verpleegkundige krijg ik vaak de vraag wat mijn vak zo mooi maakt? De late dienst van twee weken geleden, de laatste dag van mijn reeks diensten, is zo’n dag die het antwoord op deze vraag prachtig samenvat. Ik neem jullie graag mee… Het is een lekker zonnige zondagmiddag,… Lees verder >
08-04-2024
Werkplezier
Ik mag gaan bloggen voor Zin in Zorg, daarom moét ik jullie wel meenemen in mijn eigen zoektocht naar werkplezier. We gaan terug naar het jaar 2012. Augustus dat jaar ben ik afgestudeerd als verpleegkundige en kon ik direct werken bij een centrum van geriatrische revalidatie. Vol enthousiasme ben ik… Lees verder >